Uitkijk
Een verhaal van maximaal 1 a4. Het woord "bikini" was een vereist woord wat erin terug moest komen, verder was de opdracht vrij.
Het is 30 mei 1943 en het is oorlog in Nederland. De Duitsers hebben Nederland nu al een tijd bezet. Overal waar je kijkt zie je kapot geschoten huizen en plat gebombardeerde gebieden. Er hangt een onheilspellende sfeer op straat, mensen spreken elkaar niet aan en zijn bang om in de val te lopen. Ik ben een normale Hollandse jongen. Een jongen met donkerblond haar en grijze ogen. Een jongen van 25 die voor de oorlog veel ging vissen, of ging voetballen met zijn vrienden. Een jongen die dit alles niet meer kan omdat de Duitsers ons land inpikken. Daarom zit deze jongen in het verzet. Ik pak mijn fiets die ik in het steegje naast ons huis heb geparkeerd. Ik spring erop, begin te trappen en schiet de weg op. In de verte zie ik dat de Duitsers een controle aan het houden zijn, dus beter neem ik een omweggetje. Ik schiet een stoepje op en fiets langs de plek waar eerst de bakker stond. Het is niet meer dan een kale vlakte met enkele muren die de klap hebben overleefd. Ik fiets gestaag door, ik wil niet dat ik gezien word of erger nog, dat ik word aangehouden. Ik fiets de hoek om en zie in de verte de oude textiel fabriek al opdoemen in de grijze lucht. De fabriek is een van de weinige gebouwen in de stad die de bombardementen heeft overleefd. Het staat leeg sinds Nederland werd aangevallen, de eigenaren kozen eieren voor hun geld en vertrokken met de noorderzon. Ik fiets het terrein van de fabriek op en rij de hoek om naar de achterkant van de grote hal. Ik stap van mijn fiets en gooi hem in het gras, dan valt die het minste op. Langzaam loop ik naar de grote ijzeren deur die de hal afsluit van de buitenwereld. Ik hef mijn hand en klop twee maal op de deur, wacht één seconde en klop nogmaals, ditmaal maar één keer. Er klinkt een geknars en de deur gaat op een kiertje, Wim steekt zijn hoofd voor het kiertje en “Ah Tim, jij bent het” klonk door het kiertje. Hij opent de deur zodat ik naar binnen kan. Binnen in de hal zijn heel veel mensen, zeker wel twintig man. Door de hal verspreid staan houten tafels, met daarop wapens en munitie. We waren allemaal druk met de laatste dingen aan het inpakken en gereedmaken, want over een half uur is het dan zover. Dan gaat operatie bikini van start. Gisteren avond hebben we de plannen door gesproken en de papieren verbrand zodat er geen bewijs materiaal was behalve die in onze hoofden. Als ze ons te pakken zouden krijgen moeten ze het er uit slaan, en dan nog verraden we onze makkers niet. Ik help met het inpakken van de vrachtwagen die binnen in de hal geparkeerd staat bij de grote ijzeren poort die uitmond op het parkeerterrein van de fabriek. Als de laatste kratten verstopt zijn tussen de aardappels kunnen we vertrekken. Ik zal met Wim meerijden in zijn auto en anderen gaan op de fiets naar de plekken die we afgesproken hebben. We hebben precies 34 minuten om op onze plek te komen en met de wapens die in de kofferbak liggen kunnen we beter niet worden aangehouden door de moffen. We stoppen bij het plein in het dorp, vlak naast de oude toffee winkel waar de winkelier kapot is gemaakt door de Duitsers en zijn winkel moest sluiten. Het begint al iets donker te worden, perfect om rond te sluipen en niet gezien te worden. Wim opent de kofferbak en pakt de twee tassen met wapens eruit en geeft er één aan mij. Hij gooit de kofferbak dicht en wenkt mij om mee te komen, samen rennen we naar de kerk die op het plein uitkijkt. Over een aantal minuten gaat het beginnen. In de kerk klimmen we samen naar de toren en pakken de wapens uit de tassen. Het is even heel erg stil en het begint te kriebelen in mijn buik. Zou het lukken?